Toelichting bij de Code voor de journalistiek
Deze toelichting bij de Code voor de Journalistiek, zoals in 2008 opgesteld door het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, wil duidelijk maken waarin en waarom de nieuwe code afwijkt van de code van het Genootschap uit 1995. Uiteraard zijn veruit de meeste aanpassingen terug te voeren op de opkomst van het internet als massaal gebruikt medium en op de sterk toegenomen participatie van het publiek, die dankzij internet mogelijk is geworden.X. Bindingen
Ook traditionele nieuwsmedia brengen, nu de primaire nieuwsfeiten meestal al via internet zijn verspreid, steeds vaker achtergronden bij, commentaar op en analyses van het nieuws. Omdat moderne nieuwsconsumenten, gewend als ze raken aan het opiniërende karakter van weblogs en internetfora, ook van traditionele media verwachten dat ze het nieuws meer dan voorheen duiden, wordt het belangrijker dat journalisten openheid betrachten over hun bindingen, ook als die een privékarakter hebben. Hiermee erkent de code dat journalisten nog andere belangen kunnen dienen dan die van de journalistiek, hun medium en de waarheid zelf. Journalisten moeten een maatschappelijke rol kunnen vervullen buiten hun medium, maar dienen in hun berichtgeving onafhankelijk te zijn, of ten minste melding te maken van hun bindingen indien die relevant zijn. Het ligt voor de hand dat deze ethische norm juist ook van betekenis is voor journalisten van nieuwe media als weblogs.
XI. Verschoningsrecht
De Nederlandse wet kent geen verschoningsrecht voor journalisten. Toch kan een journalist die als getuige wordt opgeroepen in een rechtszaak zich met succes beroepen op zijn recht op bronbescherming als hij weigert de identiteit van een bron te openbaren omdat hij die informant vertrouwelijkheid heeft toegezegd. Dat is het gevolg van een uitspraak van het Europese Hof in de "Goodwin-zaak", in 1996. Redenerend vanuit het recht op vrije nieuwsgaring oordeelde het Hof dat een journalist zijn bronnen niet hoeft prijs te geven, tenzij er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden waarin zwaarwegende algemene of individuele belangen in het geding zijn. De rechter bepaalt telkens in elke afzonderlijke zaak of dat al dan niet het geval is.
De spanning tussen het journalistieke belang van onbelemmerde nieuwsgaring en het justitiële belang van de waarheidsvinding in het opsporingsonderzoek is ook aan de orde wanneer de journalist gedwongen wordt beeld- en geluidsmateriaal af te staan aan justitie. Indien dat materiaal kan leiden tot de onthulling van de identiteit van een geheim te houden bron, valt het onder het recht op bronbescherming. De journalist zal het niet afgeven, tenzij – zoals met het Openbaar Ministerie is overeengekomen – het materiaal verzegeld is, zodat men bij de rechter bezwaar kan maken tegen inbeslagneming.
XII. Anonimisering
"Onevenredig nadeel van herkenbaarheid" ontstaat alleen als herkenbaarheid door een publicatie groter wordt dan ze al was. Doordat via internet veel informatie wordt verspreid door niet-journalisten die zich niet gebonden achten aan terughoudendheid, ontstaat de facto vaak een situatie waarin anonimisering geen doel meer dient; de betrokkene heeft inmiddels de algemene bekendheid die volgens de Raad voor de Journalistiek een grond kan zijn om de naam van een verdachte of veroordeelde toch te noemen (iets anders zou in de woordkeus van de Raad "belachelijk" zijn). Zo zijn de achternamen van de moordenaars van Pim Fortuyn en Theo van Gogh dankzij internet inmiddels algemeen bekend. Let wel: hiermee is niet gezegd dat alle verdachten voortaan altijd met naam en toenaam moeten worden genoemd, louter omdat er een kans bestaat dat hun anonimiteit ergens op internet wordt doorbroken. Het gaat erom dat het net ons in specifieke situaties voor voldongen feiten kan plaatsen. Een kans is niet hetzelfde als een feit.
XIII. Privacy en privé-websites
Met de opkomst van internet en de veel grotere mogelijkheden om informatie te publiceren, heeft privacy een andere betekenis gekregen. Op tal van websites publiceren mensen gegevens en beeldmateriaal dat voorheen strikt privé was. Tussen het particuliere en het openbare domein is een collectief domein komen te liggen. Journalisten mogen er van uitgaan dat informatie die door een betrokkene over zichzelf wordt gepubliceerd op bijvoorbeeld een vriendensite, bruikbaar is, ook al was deze niet bedoeld voor publicatie in een (ander) massamedium. Maar dat laat onverlet de plicht om af te wegen wat de gevolgen zijn voor personen die niet gewend zijn met publiciteit om te gaan.
XIV. Correcties, rectificaties en aanvullingen
Hergebruik van journalistieke publicaties via internet stelt de media voor nieuwe problemen. In het verleden werd een omissie gecorrigeerd met een rectificatie, en recenter steeds royaler in rubrieken met "correcties en aanvullingen". Daarmee was de kous, althans voor de geschreven media, af. Nu publicaties dankzij nieuwe media lang na hun eerste verschijning beschikbaar blijven – via een digitaal archief of Uitzending Gemist of een zoekmachine als Google die ook artikelen bewaart die het medium al had gewist – wordt dat corrigeren ingewikkelder. Aan het ethische uitgangspunt verandert het niets.
XV. Verborgen camera's en undercover journalistiek
In principe zegt een journalist dat hij journalist is en maakt hij bekend welke methodes hij gebruikt. Een verborgen camera of geluidsrecorder, webcam of datarecorder – waarmee iemands gangen op internet kunnen worden nagegaan - zijn slechts in bijzondere omstandigheden toegestaan, zoals ook het opnemen van een telefoongesprek in beginsel aan de betrokkene bekend moet worden gemaakt. Undercover journalistiek is alleen toegestaan indien daar een groot maatschappelijk belang mee is gediend. De journalist moet duidelijk maken welk belang zijn methoden rechtvaardigde en aannemelijk maken dat er geen andere mogelijkheid was de informatie te verkrijgen.
XVI. Anonieme bijdragen van journalisten
Journalisten vonden het doorgaans not done om zich in het eigen of een concurrerend medium anoniem of onder valse naam over het nieuws uit te laten, met andere woorden: te doen alsof een willekeurige lezer aan het woord is. Door de opkomst van internet is "meepraten over het nieuws" veel algemener geworden dan voorheen, terwijl anoniem reageren de breed geaccepteerde norm is. Desondanks moeten journalisten vermijden dat de indruk kan ontstaan dat ze naar willekeur anders dan met open vizier te werk gaan. Alleen indien het onderwerp van discussie ver genoeg afstaat van zijn journalistieke werk, en de schijn van valse voorwendselen afwezig is, kan hij aan zo'n discussie deelnemen, desgewenst anoniem.

