Lezing Arendo Joustra tijdens viering 250-jarig bestaan van de PZC
Lezing van Arendo Joustra, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, tijdens de viering van het 250-jarig bestaan van de PZC op vrijdag 30 mei 2008 in de Nieuwe Kerk in Middelburg. Majesteit,
Mevrouw de commissaris,
Mijnheer de directeur,
Mijnheer de hoofdredacteur,
Dames en Heren,
We vieren vandaag dat de Middelburgsche Courant 2,5 eeuw geleden werd opgericht en onder de naam PZC nog steeds voortleeft.
En dat voort-leeft bedoel ik letterlijk.
Het is toch prachtig om te beseffen dat een krant die al door de burgerij van Middelburg in 1758 werd bepoteld, nog steeds van huis tot huis wordt bezorgd. We kunnen nog steeds aanraken en vasthouden wat 250 jaar geleden is verzonnen en begonnen. Er zijn maar weinig instituties in Nederland die dit de PZC kunnen nazeggen.
Voort-leven is wellicht te zwak uitgedrukt. De PZC is springlevend en ook nog succesvol. Als een van de weinige dagbladen zag de PZC de oplage het afgelopen jaar stijgen. Er lijkt nog meer groei mogelijk, want de belangstelling voor de krant is groot. De helft van abonnees geeft de krant door aan geïnteresseerde buren, familie, kennissen. Die lezen de krant dus gratis mee; we zijn in Zeeland, nietwaar.
Zo heeft de PZC in totaal 180.000 lezers, van wie slechts 60.000 voor de krant hebben betaald. Je zou kunnen zeggen dat de PZC niet alleen de grootste betaalde krant van Zeeland is, maar ook de grootste gratis krant.
2,5 eeuw bestaan en nog steeds succesvol zijn, is een geweldige prestatie. Namens het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, maar hopelijk ook namens u allen, hier, in de Nieuwe Kerk, wil ik de hoofdredactie, de redactie en de directie van de PZC van harte feliciteren met dit prachtige jubileum.
---
Kranten worden wel eens de secondewijzers van de geschiedenis genoemd. Zo bezien houden die 250 jaargangen PZC een historische schat verborgen. En als ik vandaag een wens mag doen, dan hoop ik dat de PZC kans ziet, misschien met steun van de provincie, om al die jaargangen, krant voor krant, te scannen, te digitaliseren en via internet toegankelijk te maken. De Leeuwarder Courant, zes jaar ouder dan de PZC, heeft dit al gedaan en daarmee in feite Friesland zijn geschiedenis teruggegeven. Zeeland kan niet achterblijven.
---
Als ik nu de geschiedenis mag laten voor wat ze is – we kunnen die straks nalezen in het jubileumboek - dan richt ik me nu op de PZC van het heden.
Misschien is dit ook het moment om iets te zeggen over het verschil tussen regionale en landelijke dagbladen.
Op een of andere manier heeft in Nederland het begrip ‘regionale krant’ een verkeerde klank gekregen, alsof het een minder soort krant betreft.
Dit heeft uiteraard alles te maken met de hooghartigheid waarmee vanuit de Randstad de wereld wordt bezien. De verschrijving van NRC Handelsblad, die het eerder deze week had over de Provinciaalse Zeeuwse Courant, is tekenend.
Maar schuld heeft natuurlijk ook het lichte onderwerpingsgedrag waarmee de rest van Nederland de Randstad tegemoet treedt.
Voor beide benaderingen is geen enkele grond. Qua kwaliteit, is er geen verschil. Met de oplage kan het ook niet te maken hebben, want sommige regionale dagbladen zijn groter dan landelijke kranten. Misschien is er wel een verschil in imago. En misschien een verschil in belangstelling en onderwerpkeuze. In elk geval hebben regionale kranten vaak een oudere geschiedenis. En ‘wijn van oude wortels’ is altijd beter dan wijn van jonge wortels, zoals de liefhebber weet.
Belangrijker is dat regionale kranten dichter bij hun lezers, dichter bij de samenleving staan dan landelijke kranten. Politiek en bestuur, zeker landelijk, kunnen niet zonder de ogen en oren van de regionale journalistiek. Valt die weg, dan is het hele land blind en doof.
Sommige landen hebben nauwelijks een landelijke pers, maar wel regionale kranten die tot de beste ter wereld behoren. Ik denk aan de Frankfurter Allgemeine in Duitsland, de Neue Zürcher in Zwitserland en uiteraard de Washington Post en de New York Times in de Verenigde Staten.
Stuk voor stuk zijn dat regionale of zelfs lokale dagbladen en net als de PZC sterk geworteld in de streek waar ze worden gemaakt.
---
Ik moet bekennen, dat als ik over regionale kranten spreek, als ik over de PZC spreek, ik het over een jeugdliefde heb.
Dertig jaar geleden liep ik een kwartaal stage bij de PZC, gevolgd door een maand betaald vakantiewerk. Het loonstrookje van die maand heb ik nog, het ging om een brutobedrag van 1.694 gulden en 66 cent,, omgerekend is dat 769 euro. Ik vond het heel wat.
Die vier maanden waren de lastigste uit mijn loopbaan. Niet alleen omdat ik het vak nog moest leren, maar vooral omdat regionale journalistiek de moeilijkste journalistiek is die bestaat.
In Amsterdam en Rotterdam, bij de landelijke kranten dus, wordt met gemak geschreven over Irak en de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Niemand daar, die het artikel leest. En niemand hier, die kan nagaan of het klopt.
Maar tijdens die vier maanden bij de PZC, las iedereen over mijn schouder mee.
Niet mijn leermeesters, maar mijn lezers.
Die waren zelf bij het evenement geweest waarover ik moest schrijven. Of het nu een commissievergadering betrof van de Vlissingse gemeenteraad of een schip dat bij een paalhoofd op het strand was gelopen. Alles. Moest.Kloppen. Het nummer van het paalhoofd, de thuishaven van het schip, hoe laat het gebeurde.
De lezers kwam ik de volgende dag weer tegen en elke vergissing werd je ingewreven.
Nieuws in de regio is niet alleen confronterend, maar ook controleerbaar.
Daarom is journalistiek over het buitenland gemakkelijk dan journalistiek over het binnenland.
En is journalistiek over het binnenland weer makkelijker dan over de regio.
En over de regio weer makkelijker dan over stad of dorp.
Iedereen die ooit voor een regionale krant heeft gewerkt, weet dit.
---
Regionale kranten spelen, het spreekt voor zich, een cruciale rol in hun regio. Je kunt zeggen dat door de aanwezigheid van een regionale krant de regio ook daadwerkelijk vorm en inhoud krijgt.
Dit geldt helemaal voor Zeeland en de PZC.
Zonder PZC bestaat Zeeland niet. Nou ja, het bestaat wel, maar het mist een identiteit, het mist een samenbindend verhaal.
Zeeland kun je ook nauwelijks voorstellen zonder PZC.
Als u van buiten de provincie komt, is dit misschien moeilijk voor te stellen. Maar Zeeland is, of, eerlijk gezegd, was een een archipel, waarbij elk eiland een aparte gemeenschap vormde.
Toen ik nog op de middelbare school in Middelburg zat, hadden veel van mijn klasgenoten Walcheren nog nooit verlaten. De dijk aan de horizon was voor veel Zeeuwen de grens.
Zeeuwen spraken over elkaar als over vreemden. De ander was een overkanter. Iemand van over het water, van een andere kust, van een ander eiland. En dus bestond heel Zeeland uit overkanters.
Na de oorlog, toen de PZC alle andere lokale kranten had opgeslokt - ik denk aan de Breskensche Courant, de Vlissingsche Courant en de Goessche Courant, toen de krant met recht de Provinciale Zeeuwse Courant ging heten - heeft de PZC uiteindelijk al deze overkanters met elkaar verenigd en er Zeeuwen van gemaakt.
Geholpen uiteraard door de Deltawerken en de auto.
De krant biedt identiteit en identificatie. Je wordt geboren in de PZC, je trouwt in de PZC, je krijgt kinderen in de PZC en je gaat dood in de PZC.
Je verbonden weten met een regio, met een provincie, betekent niet dat je ‘provinciaals’ bent, zoals NRC blijkbaar denkt. Om Europeaan te zijn, is het noodzakelijk om provinciaal te zijn. Zonder wortels is het lastig wereldburger te worden.
---
Er is meer te zeggen over de waarde van de PZC voor Zeeland. In deze over-gespecialiseerde samenleving, waarin iedereen uitsluitend contact heeft met zijn eigen denk-, werk- en leefwereld, zijn journalisten nog de enige generalisten.
Zij leggen als verkenners de talloze lijntjes tussen de eindeloos veel cellen waaruit de samenleving bestaat.
Zij informeren alle instituties, bedrijven en verenigingen over elkaars doen en laten.
Haal je de journalisten weg, haal je de PZC weg, dan valt die samenleving als los zand uit elkaar.
Zonder de PZC kunnen ook de volksvertegenwoordigers niet functioneren. Noch in de gemeenteraad, noch in Provinciale Staten. Zonder de krant krijgt de lokale en regionale democratie geen zuurstof.
---
Tot slot.
Uiteraard wens ik de PZC nog vele jaren. Of beter gezegd, ik wens Zeeland en de Zeeuwen nog vele jaren een PZC die onafhankelijk blijft.
Want alleen een onafhankelijke PZC kan de democratie voeden en de inwoners van Zeeland een plaats in de wereld geven.
Dank u wel.

