Toespraak van Jacq. Wallage
Toespraak van Jacq. Wallage, Burgemeester van Groningen, tijdens een diner aangeboden aan het Genootschap van Hoofdredacteuren, 21 april 2006 te Groningen.Binnenkort zullen medewerkers van de thuiszorg Groningen de deur bij hun cliënten kunnen openen via hun mobiele telefoon. Zoals veel inwoners van deze stad nu al een parkeerplaats reserveren én betalen via hun mobieltje. En als het ons lukt met de RUG en de Hanzehogeschool het plan Groningenwireless van de grond te krijgen, kun je over een tijdje in de hele stad draadloos on-line gaan. Dit is een stad waar één derde van de bevolking jonger is dan dertig, waar een kwart van die jongeren een hogere onderwijsopleiding volgt. In zo’n stad kun je als Genootschap van Hoofdredacteuren goed nadenken over wat een dynamische markt, het wegvallen van grenzen tussen media, de concurrentie met gratis media, betekent. Die nieuwe dynamiek wordt namelijk ook hier gemaakt.
Dit is de tweede KPN-stad van Nederland. Waar het concern zijn mobiele telefonie, zijn internetactiviteiten, een groot deel van zijn dataverkeer voor het hele land afwikkelt. Waar TNO zijn research op ICT gebied heeft en uitbreidt. Het is de stad waarin met computer-precisie ons land en een deel van Europa van aardgas wordt voorzien. Waar elke studiebeurs, elke onderwijskaart, elk examen van Nederland wordt verstrekt, vastgelegd of bewerkt. Ja, als U wilt nadenken over wat de nieuwe technologie met onze samenleving doet, dan zit U hier wel goed. In de beste binnenstad van Nederland, in één van de veiligste steden, waar straks camera’s geactiveerd kunnen worden als ze geluid horen dat op geweld wijst, een product dat hier is ontwikkeld. Een stad kortom waar technologie een stimulerend onderdeel van de samenleving is. In zo’n stad worden we niet zenuwachtig van de spannende dialoog tussen commercie en cultuur, tussen autonomie en afhankelijkheid, tussen veiligstellen wat je belangrijk vindt en je open stellen voor wat vernieuwend is.
Groningen, dat is Rotterdam zonder Leefbaar en Amsterdam zonder sores. Welkom in Groningen, in de stad die groot genoeg is om elk probleem te hebben en klein genoeg om ze op te lossen.
Instituties zoals de krant en de kerk, de school, het stadhuis en het ministerie, ze stammen allemaal uit een verticale samenleving. Met veel ordening van boven naar beneden, met ingesleten werkwijzes en een beperkte capaciteit om zich op verandering te oriënteren. Ze staan als bakens van de verleden tijd in een steeds meer horizontale samenleving. Die verticale instituties hebben het moeilijk. Hogere opleidingen, zelfstandiger mensen, economische dynamiek die door technologie wordt gedreven, de verticale instituties ondergaan hetzelfde lot. Wegvallende grenzen, meer autonome burgers, steeds minder kaders waarin richting wordt gegeven. De fluïditeit van de publieke ruimte schudt alle oude instituties door elkaar. Ze staan voor dezelfde keus. Òf ze vinden hun plaats in die horizontale samenleving, leren communiceren in plaats van te doceren, beseffen dat hun burgers, hun gelovigen, hun leerlingen en hun lezers niet meer het houvast van de institutie zoeken, maar slechts gebruiken wat ze nuttig vinden, interessant, spannend of tenminste origineel. Òf ze blijven als uitgewoonde rudimenten ijl en ongebruikt in het landschap achter. Dan lopen opkomstpercentage bij verkiezingen verder terug, dan lopen politieke partijen en kerken verder leeg, dan droppen leerlingen uit, dan haken lezers af. Die veel beschreven kloof tussen burger en bestuur blijkt net zozeer tussen lezers, kijkers en de media te bestaan. En het vraagstuk van de geringe aantallen leden van politieke partijen blijkt verdacht veel te lijken op het gebrek aan binding van de lezer aan zijn krant. En zoals Fortunisten opkomen en weer verdwijnen, zo komen en gaan nieuwe zenders, nieuwe producten. En zelfs het 3 grootkapitaal van John de Mol biedt geen garantie op succes. Welkom aan boord van hetzelfde schuitje!
De door technologie gedreven dynamiek kent een tsunami-achtige kracht. En wie onder die omstandigheden nog wil waken voor waarden die hem lief zijn moet van goede huize komen. En daarbij is één van de paradoxen dat wie bijvoorbeeld de professionele autonomie van de journalistiek wil beschermen te midden van deze grote veranderingen, meer directeur dan redacteur moet zijn, meer leverancier van marketingconcepten dan van boeiende hoofdredactionele artikelen. Tot Uw troost: nergens in die verticale instituties kan een schoenmaker zich nog bij zijn leest houden. De chirurg die denkt ‘laat mij maar snijden’ ontdekt na de eerste grote fout ook dat hij zijn werk niet alleen in de beslotenheid van de operatiekamer doet, maar dat hij werkt in de publieke ruimte. En daar is betrouwbare communicatie net zo belangrijk als technische vaardigheden. Geen professional, onderwijzer, politieman, politiek bestuurder, journalist ontkomt aan de consequenties van het leven in een informatiemaatschappij. En niemand kan zich meer koesteren in de beschutting van instituties, die zelf op de tocht zijn komen te staan. De politiek dobbert op de publieke opinie. De krant is geen meneer, maar handelswaar. Er zijn geen veilige schuttersputjes meer waar je van binnen naar buiten kunt schieten. Want als je lezers je krant niet meer kopen, dan wordt er op jou geschoten, op je autonome ruimte en uiteindelijk op je baan. Temidden van deze turbulentie, die het leven en werken in al die instituties raakt, vormt de technologie belofte en bedreiging tegelijk. Natuurlijk, de huisarts die vanuit zijn autoriteit zijn diagnose stelt en een remedie voorschrijft heeft niet direct een antwoord op die patiënten, die met de computeruitdraai van hun Googleexcercitie op het spreekuur verschijnen. “Nou dokter, dat zie ik toch even anders…” Om vervolgens de kritische dialoog aan te gaan. Maar 4 er is ook geneeskunde mogelijk die deze dialoog als een wezenlijk onderdeel van het vak gaat zien. Natuurlijk, er zullen veel reisbureaus verdwijnen naarmate meer mensen er plezier aan beleven zelf hun vakantie via internet te boeken. Maar er komen talloze reisorganisaties bij die juist dankzij het world wide web brood zien in het leggen van relevante verbindingen. En veel on-line aanbod van de overheid maakt daar wellicht werk overbodig, maar als ik zie hoe de IT-gerelateerde werkgelegenheid hier in deze stad groeit, dan moeten we van die gesaneerde banen niet nerveus worden.
Zoals in elk van die instituties stelt de technologie gedreven dynamiek ook de makers van de krant en de makers van radio- en tv-programma’s voor existentiële vragen. Want het is natuurlijk heel mooi dat je zegt over de inhoud, pardon ‘de content’ te gaan, maar die scheiding tussen redactie en directie, tussen professionele journalistiek en commercie was nooit waterdicht. En je ziet in televisieland nu al wat er in kijkcijfers gedreven media gebeurt met journalistieke ruimte. Ik vind – met alle respect – de aandacht voor deze risico’s in de meeste kranten verdacht beperkt. Natuurlijk, die zelfstandige select informatie verzamelende, beter opgeleide lezer, zal altijd behoefte hebben aan wegwijs, aan duiding, aan intelligente selectie. En het is fijn dat die journalisten, die in de verramsjte Times of London hun ei niet meer kwijt kunnen, mij via de Times-on-Line blijven verwennen met hun analyses. Maar die media-mix, dat spannende ijsschotsen springen tussen al die dragers van informatie, waarvan nu toch de redding van het krantenvak wordt verwacht, is ook én belofte én bedreiging.
Want als al die aanbieders van informatie, analyse en opinie via steeds wisselende kanalen om de aandacht van de kijker, luisteraar en lezer concurreren, wat vormt dan nog de blijvende 5 verbinding? Alleen bomen met wortels houden hun bladeren vast.
Geen misverstand. Die aanpassing van verticale instituties aan hun horizontale omgeving is onvermijdelijk. Alleen bolwerken, die zich in netwerken kunnen omzetten zullen overleven. Maar voor U geldt wat voor de politiek, zorg en onderwijs geldt, waak - zo zou ik willen vragen – voor het al te makkelijk opgeven van een principiële inbedding van Uw journalistieke werk. Want zoals politieke bestuurders uiteindelijk de integriteit van hun handelen zelf moeten bewaken, de professionals in de scholen moeten kunnen blijven in staan voor hun pedagogische opdracht, zo staan journalisten en hun hoofdredacties uiteindelijk toch voor één van de meest vitale onderdelen van onze democratie, het vrij vergaren van nieuws, het analyseren daarvan, het door vrije informatie tegenwicht bieden aan machtsconcentraties in de publieke – én de private sector. “All news fit to print” mag nooit hetzelfde worden als ‘all news fit to sell…’
Enkele weken geleden overleed oud-minister Profumo. Toen ik het overlijdensbericht hoorde dacht ik niet eerst aan Christine Keeler, zijn call-girl, maar aan een klassiek verhaal uit de Israëlische politiek. Golda Meïr, die toen premier van Israel was had o.a. Mosje Dajan in haar kabinet, die minister met z’n ene oog, die regelmatig met aantrekkelijke vrouwen was te zien. Golda kreeg op een persconferentie de vraag wat zij zou doen als één van haar ministers in zo’n situatie als van Profumo terecht zou komen. Haar antwoord: “Dan sloeg ik hem zijn andere oog ook dicht…”
Ik wil graag dat U in deze turbulente tijd Uw beide ogen open houdt.

